Selecteer een pagina

Als zogenaamd verstandige volwassenen verbazen we ons vaak over de halsstarrigheid van jonge kinderen. Het ene moment zit een kleuter heerlijk in de zandbak te spelen, het volgende moment is alles mis omdat het bakje in de vorm van een vis kwijt is.

We fronsen onze wenkbrauwen: “Er zijn toch genoeg vormpjes, dan neem je toch een andere?” “Néé, ik wil de vis!” “Kijk, deze zeester is ook leuk.” “Nee, ik wil de vís!”

Je denkt misschien dat wij grote mensen heel anders met beperkingen omgaan, maar dat is niet zo. Ook al huilen en schreeuwen we niet meer, we vinden het nog steeds moeilijk om verschillende mogelijkheden te zien.

We hebben een bepaalde behoefte en denken dat er maar één manier is om die te vervullen.

Geweldloze communicatie – néé niet afhaken nu.

Elke keer als ik mensen vertel over geweldloze communicatie, zie ik ze verward kijken en wens ik dat iemand beter had nagedacht over die term. Een van de eerste regels die je als marketeer en tekstschrijver leert, is namelijk dat je niet in de negatieve vorm moet praten.

Want als je vertelt dat je een manier van communiceren hebt bedacht waarbij je elkaar géén geweld aandoet, is het woord “geweld” het woord dat blijft hangen. De ontkenning in de vorm van geen of loos, heft dat niet op. Benoem altijd wat het wél is, in dit geval bijvoorbeeld verbindende, open of respectvolle communicatie.

Maar dat terzijde, dit blog gaat over mogelijkheden ontdekken om fijn te werken, niet over het bedenken van een goede merknaam.

Onderzoeken van behoeften

Ik leerde voor het eerst over behoeften en de verantwoordelijkheid ervoor, tijdens een training gebaseerd op die geweldloze communicatie. Ik leerde hoe ik kan onderzoeken welke behoefte er achter een bepaalde emotie zit. 

Een voorbeeld: ik voel me boos omdat vriend Joris niet mee wil naar de film. Er kunnen allerlei behoeften achter mijn wens om naar de film te gaan liggen. Het scheelt enorm als je weet of dat op dat moment verbondenheid is, leren, spontaniteit of iets anders.

Daarna leerde ik twee grote eye openers.

Ten eerste: andere mensen zijn níet verantwoordelijk voor jouw behoeften. Je kunt iemand een verzoek doen, maar je bent zélf verantwoordelijk. En ten tweede: je kunt een behoefte op allerlei verschillende manieren vervullen.

Dus als ik behoefte heb aan verbinding, dan is Joris daar niet verantwoordelijk voor. Ik kan ‘m vragen of hij mee wil naar de film, maar als hij geen zin heeft – bijvoorbeeld omdat hij behoefte heeft aan beweging – kan ik alternatieven zoeken voor mijn behoefte. Ik kan bijvoorbeeld een andere vriend vragen om mee te gaan naar de film of ik kan Joris vragen of hij zin heeft om samen te wandelen.

Het vraagt oefening om te ontdekken welke behoefte er precies speelt en het vraagt oefening om verschillende mogelijkheden te bedenken, maar het is een enorme bevrijding als dat lukt.

“Ok, en wat heeft dat allemaal met corona en fijn werken te maken?”

Of je nou fotograaf of yogadocent bent, de maatregelen rondom corona hebben invloed op de manier waarop je werkt. Je kunt geen concerten bij poppodia fotograferen of je kunt mensen niet meer met een kleine handbeweging laten voelen wat er in hun lijf gebeurt.

Ik was er zelf als ondernemer nogal door overdonderd, hoe van alles niet meer mogelijk was. Ik kon niet meer naar de co-workingspace waar ik met een paar anderen zat omdat thuisblijven het devies was. Ik kon veel minder uren in mijn bedrijf steken door het homeschoolen van onze zesjarige. En ik kon me niet meer geestelijk voeden met filosofische gesprekken in de kroeg na een les bij de Schrijversvakschool.

 

Ik wilde mijn lievelingszandvormpje terug.

Ik voelde me boos en verdrietig. Totdat ik me afvroeg welke behoeften ik eigenlijk heb, als het om werken gaat. Wát zorgt er eigenlijk voor dat ik lekker werk? Ik maakte een lijst en verdeelde die in categorieën. De eerste werd “fysieke omstandigheden”: temperatuur, licht, geluid, uitzicht, binnenklimaat.

Ik maakte een lijstje met bullets en schreef per onderdeel op waar ík blij van word en op welke manieren ik dat kan realiseren. Daarna deed ik hetzelfde voor de categorieën “contact met klanten”, “samenwerken en nieuwe mensen ontmoeten” en “routine, focus en energie”.

Na een half uurtje kwam ik op 19 factoren die ervoor zorgen dat ik heerlijk kan werken. En veel belangrijker, ik ontdekte dat ik die op verschillende manieren kan invullen. Er is niet maar één manier. Het was alsof ik dat vissenvormpje onder een emmer terugvond, ik kon weer verder met waar ik zo blij van word.

Een voorbeeld?

Ik houd van een paar vaste handelingen om het begin van mijn werkdag fysiek en mentaal te markeren. Tot een paar maanden geleden ging die routine ongeveer zo: zodra man en kind de straat uit fietsen op weg naar school, pak ik mijn werkspullen en spring op de fiets naar mijn werkplek 12 kilometer verderop. Daar installeer ik me achter mijn bureau met een glas thee en ga aan het werk.

Ik was bang dat thuis werken alles in elkaar over zou laten lopen tot een vage brei. Totdat ik me dus realiseerde dat ik gewoon een níeuwe routine kan bedenken die aan dezelfde behoefte tegemoetkomt. Die nieuwe routine blijkt zelfs nog fijner, omdat ik ‘m zo bewust gecreëerd heb.

Kortom,

sta eens stil bij wat ervoor zorgt dat jíj fijn werkt. Ga in gedachten je dag door en bedenk hoe je ideale werkdag er uit zou zien. Schrijf op welke kenmerken daarbij horen en bedenk per behoefte minstens twee mogelijkheden om dat zélf te realiseren.

Niets missen? 

Ben jij een ondernemer met idealen en kun je wel wat hulp gebruiken bij het vertellen van jouw verhaal?
Schrijf je in en ik stuur je wekelijks inzichten over merkstrategie, storytelling en integere marketing. Welkom bij de club!