Selecteer een pagina

Waar het precies door komt weet ik niet, maar ik voel me al mijn hele leven schuldig.

Niet over de afwas die nog op het aanrecht staat en niet over te laat komen voor een afspraak. Mijn gevoel van schuld heeft vooral te maken met gebeurtenissen ver buiten mijn eigen leefwereld.

Toen ik zes jaar oud was, hoorde ik voor het eerst de openingstune van Kinderen voor Kinderen. Ik herinner me dat een toen nog keurig maar bezield kinderkoor zong: “Een kind is hier zo ríjk, het is zo ongelíjk. Een kind onder de evenaar wordt later vaak een bedelaar.”

Wat een evenaar precies was, wist ik nog niet maar dat hier sprake was van groot onrecht voelde ik tot in mijn onvolgroeide botten. En ook al keken mijn ouders niet eens op van hun kopje koffie, het leek me vanzelfsprekend dat iedereen iets aan dat onrecht moest doen.

In stilte wilde ik het liefst alle ongelukkige mensen uit de wereld in huis nemen, maar als zesjarige kon ik in m’n eentje niets doen aan armoede en onrecht. Dat niets doen gaf me bij vlagen een gevoel van schuld. Tientallen jaren kwamen die gevoelens vooral in de vorm van een innerlijk stemmetje dat af en toe tot me sprak als ik ’s avonds veilig in bed lag. Zoals een kind zich door de lichte armdruk van haar moeder wat verder de stoep op laat manoeuvreren, zo liet ik me tijdens mijn opgroeien bijsturen door mijn sluimerende schuldgevoelens over de toestand van de wereld. 

Doelgericht aan het roer

Als puber ontdekte ik langzaam hoe ik die gevoelens om kon zetten in handelen. Ik hoorde bijvoorbeeld over kistkalveren, wilde daar niets mee te maken hebben en werd daarom vegetariër. En toen ik als cadeau voor mijn achttiende verjaardag een rijbewijs mocht halen, koos ik in plaats daarvan voor een snelle fiets zonder uitlaatgassen en zonder asfalt. Mijn sluimerende schuldgevoel functioneerde als moreel kompas en ik zat doelgericht aan het roer. Schuld en verantwoordelijkheid leken elkaars vrienden.

Helaas bekoelde die onderlinge vriendschap de laatste jaren volledig. Misschien kwam dat doordat ik moeder werd en sindsdien de wereld bekijk alsof ik al het leven op aarde voortdurend moet beschermen. Ik voelde me weer als die onmachtige zesjarige die de wereld wil redden, maar niet genoeg mogelijkheden heeft. Alleen transformeerde mijn innerlijke stem om de een of andere reden van een vriendelijke metgezel in een schreeuwende en altijd aanwezige dictator.

Als ik op de fiets een grutto boven de weilanden zag vliegen, dacht ik: “Nú is ie nog niet uitgestorven, maar hoe lang duurt dat nog?” Als ik een vegetarische burger in de koekenpan legde, gooide ik de plastic verpakking in de prullenbak met op mijn netvlies de plastic soep in onze oceanen. En als mijn kleuterzoon met koorts in bed lag en ik hem de nacht door hielp, voelde ik de zachtheid van het bed en de bescherming van ons huis, terwijl ik dacht aan vluchtelingengezinnen in tentjes. Mijn wakkere geweten veranderde in een verlammende schuld.

Met een eigentijdse vliegschaamte-gerelateerde term zou je mijn gevoelens misschien alles-schaamte kunnen noemen, maar schuld en schaamte zijn niet hetzelfde. Volgens psychologen wordt bij schuld namelijk een interne norm geschonden en bij schaamte een externe. “Wat vind ikzelf van mij?” versus “Wat vindt een ander van mij?” Ik heb geen last van schaamte, ik heb last van schuld. Mijn dictator zou immers ook bestaan als niemand kon zien of weten wat ik doe.

Ik ben me met de jaren steeds sterker bewust geworden van een soort alomvattend contrast dat door Kinderen voor Kinderen met die evenaar werd bezongen. Ieder jaar worstel ik sterker met vragen over schuld en verantwoordelijkheid. Ik snak zo langzamerhand naar een priester die me een schone lei geeft door me in één klap van mijn zonden te ontslaan.

De realiteit in hoofdletters

Maar dan is het begin 2020. Er breekt een pandemie uit en ook al doen veel mensen eerst nog lacherig over die absurde mondkapjes, de ernst van dit virus dringt gestaag door. Op het moment dat ik dit schrijf zijn er wereldwijd ruim 200.000 doden gevallen. Wetenschappers zoeken naar manieren om het Covid19-virus tegen te gaan, maar niemand weet hoe lang die zoektocht zal duren en of ie zal slagen. De westerse wereld is in één klap zijn onbevangenheid kwijt.

Samen met het grootste deel van de bevolking zet ik me schrap. Als gezin zitten we nu ruim zes weken in zelfverkozen lock-down. Onze handen hebben kloven van het wassen en we zetten de boodschappen eerst een dag in quarantaine in de garage. Voor de zekerheid. We zien geen vrienden en ons werk als zelfstandig ondernemers ligt nagenoeg stil.

Mijn man en ik besluiten ons te focussen op wat we op dit moment kunnen doen. Hij trekt onkruid uit de groentetuin terwijl onze zesjarige zoon vrolijk aardhommels en wormen zoekt. Als ik mijn dagelijkse wandeling maak, observeer ik elke grasspriet, elke rietpluim in de sloot, elke korstmos op een boomstam en ik verheug me verbaasd over zoveel leven. Ik maak geld over voor de vluchtelingen op Lesbos en denk aan al die mensen over de hele wereld die geen huis hebben om de nu zo noodzakelijke fysieke afstand te nemen. Maar opeens lijkt mijn verlammende schuldgevoel verdwenen. Waar is die schreeuwende dictator gebleven die altijd zegt dat ik méér moet doen? 

Cirkels van invloed

Misschien heeft managementdenker Stephen Covey een antwoord op mijn worsteling met schuld. Hij heeft een systeem bedacht om te kijken naar verantwoordelijkheid. Covey schetst in dit beeld twee cirkels. De grootste is de ‘cirkel van betrokkenheid’: alle dingen waar je je als mens in je leven bij betrokken voelt maar weinig tot geen invloed op hebt. Binnen die grote cirkel ligt een veel kleinere cirkel die Covey ‘de cirkel van invloed’ noemt. Dat zijn de zaken waar je je als individu bij betrokken voelt en ook daadwerkelijk invloed op hébt. 

Covey adviseert om de meeste tijd te besteden binnen de cirkel van invloed. Als je namelijk veel aandacht geeft aan de buitenste cirkel kun je je machteloos en somber voelen waardoor je de dingen waar je wél invloed op hebt gaat verwaarlozen. Covey zegt: door je te veel te focussen op de cirkel van betrokkenheid, maak je je cirkel van invloed juist kleiner. 

Deze ingrijpende pandemie begrenst me. De realiteit kalkt met hoofdletters op de muren van mijn schuldgevoel dat m’n invloed nou eenmaal beperkt is. Mijn fysieke wereld wordt letterlijk begrensd door de noodzaak en de verplichting om afstand te houden en vooral thuis te blijven. Mijn mentale wereld zit vol rekenlessen aan mijn zoon, videobellen met klanten en om vijf uur opstaan om tijd te hebben om te schrijven. Ik zie de grens van de cirkel van invloed en probeer die niet meer voortdurend tegen beter weten in op te rekken tot iets onmogelijks. 

Covey lijkt dus een punt te hebben, maar toch vraag ik me af of zijn theorie niet te simpel is. Want waar ligt nou precíes die grens tussen de ene en de andere cirkel? Covey stelt dat die grens duidelijk aanwijsbaar is, maar ik merk dat mijn worsteling juist in die brede schemerige tussenzone zit.

De stoïcijnse filosofen blijken eeuwen geleden over precies dezelfde problemen nagedacht te hebben. In een boek van Mirjam van Reijen lees ik dat de oud-Griekse filosoof Epictetus net als Covey aanraadt om je energie niet te verspillen aan zaken die je toch niet kunt veranderen. Ook Epictetus zegt dat je je alleen dan met alle energie kunt inzetten voor wat wél in je vermogen ligt. In tegenstelling tot Covey, benoemt Epictetus echter ook mijn schemerzone. 

Het gaat er volgens hem om dat je steeds bewust een keuze maakt. Je zet je ergens voor in als je denkt dat je er voldoende invloed op hebt. En je stopt zodra je erachter komt dat dit niet zo is. Dan kies je er weloverwogen en met berusting voor om het er op dát moment bij te laten. 

Helpt Covid19 me misschien om weer met berusting mijn keuzes te maken? Aan de ene kant is mijn invloed nu sterk begrenst, maar tegelijk zie ik ook veel duidelijker wat ik wél doe. Doordat boodschappen doen opeens een onderneming met risico’s is, er kan immers aan elk winkelwagentje een virus hangen, kiezen we als gezin nog bewuster ons voedsel. We kopen nog steeds vooral bij lokale boeren en de bio-winkel om de hoek en het restant bij de supermarkt. We hebben nu alleen veel minder en vooral heel aandachtige koopmomenten. Dít zijn de keuzes die we op dit moment maken, zo is het voor nu goed. 

De evenaar als meanderende lijn

Die evenaar is natuurlijk ook maar een bedachte constructie. Het is een denkbeeldige lijn die voor zijn functie als geografisch referentiepunt bewegingsloos op een vaste plek ligt. Hoe zouden we naar de wereld kijken als de evenaar juist een meanderende lijn is en steeds op een andere breedte- of hoogtegraad onze aardbol omarmt? De evenaar als een bewegende rivier die laat zien dat alles voortdurend kan opschuiven, ook datgene waar je invloed op hebt.

De verhouding tussen schuld en verantwoordelijkheid, invloed en geen invloed ís geen statische grens. Het is een steeds veranderende zone, een breed gebied waarbinnen van alles mogelijk is. We kunnen onze eigen evenaar bepalen en elke dag opnieuw kiezen waar we invloed op uit willen oefenen. Mét verantwoordelijkheid, maar zonder verlammend schuldgevoel. 

Tips over eerlijke Storybranding? 

Ben jij een ondernemer met idealen en kun je wel wat hulp gebruiken bij het vertellen van jouw verhaal? 

Schrijf je in en ik stuur je wekelijks inzichten over merkstrategie, storytelling en integere marketing. Welkom bij de club!